> Actueel > Info-Ticker
25.02.2021
Het juiste nestkastje!
Als begin maart de dagen weer langer worden en de temperaturen langzaam stijgen, begint voor veel van onze inheemse vogelsoorten de broedtijd. Nestelplekken spelen een belangrijke rol bij het broedsucces van de tuinvogels.

Het juiste nestkastje!

Als begin maart de dagen weer langer worden en de temperaturen langzaam stijgen, begint voor veel van onze inheemse vogelsoorten de broedtijd. Nestelplekken spelen een belangrijke rol bij het broedsucces van de tuinvogels.

Als u uw nestelhulpmiddelen nog niet in de laatste nazomer of herfst hebt aangebracht, dan wordt het nu hoogste tijd. Want onze tuinvogels hebben de gelegenheid nodig, om zich ermee vertrouwd te maken. De nestkast

Ontbrekende nestelmogelijkheden compenseren

Vogels hebben veilige plekken nodig om hun jongen groot te brengen, die ze beschermen tegen roofdieren en slecht weer. Terwijl spechten hun eigen broedholen uithouwen, bouwen vrije broeders zoals groenvinken en merels in dichte heggen of bomen hun kunstige nesten. Weer andere vogelsoorten gebruiken reeds voorhanden zijnde holen of nissen in holle bomen, houtstapels of muren. In vele gebieden zijn deze natuurlijke nestelplekken echter nog maar nauwelijks voorhanden. Met nestkastjes kan dit tekort worden gecompenseerd en kunnen ze aan goede broedresultaten geholpen worden.

Letten op de verschillende vereisten

De afzonderlijke vogelsoorten stellen zeer verschillende vereisten aan de grootte en de constructie van de nestelhulpmiddelen. Terwijl roodstaart of roodborstje meestal aan halfopen holen de voorkeur geven (nestkastjes voor half hol-broeders), zijn het bij mezen, spreeuwen en mussen gesloten nestkastjes met een gat om erin de komen (nestkastjes voor hol-broeders). De doorsnede van het toegangsgat bepaalt hier de toekomstige huurder. Zo zijn bijvoorbeeld kleine gaten (doorsnede 30 mm) voor soorten als pimpelmezen en mussen geschikt, om zich tegenover grotere vogels te handhaven. Speciaal voor mussen bieden wij een nestkastjes aan met naar onderen gerichte toegangsopeningen. Uitermate geliefd bij kinderen is ons nestkastje-bouwpakket voor mezen.

Veilige bevestiging

Belangrijk is, dat het nestelhulpmiddel zo mogelijk onbereikbaar voor katten en marters wordt aangebracht of door een antiklauter-afscherming actief tegen rovers wordt beschermd. Voor kleine vogelsoorten ligt de ideale hoogte voor een nestkastje tussen de twee en de drie meter.  Daarbij dient het kastje zo gericht te worden dat het overdag niet aan de felle zon blootgesteld is. Nestkastjes kunnen aan takken of stronken daarvan worden bevestigd, op tegen de wind beschermde plekken of vrij hangen op plaatsen die beschut zijn tegen de wind. Als ze bevestigd worden aan boomstammen, dan dient erop gelet te worden dat de boomstam daarbij niet beschadigd wordt. Ideaal is het gebruik van spijkers van aluminium, metalen banden of stevige touwen. Voor het aanbrengen van een halfopen hol zijn huismuren, balcons of tuinhuisjes geschikt.

Grondig schoonmaken is plicht!

Nestkastjes bieden niet alleen vogels, maar ook vele insecten, als oorwurmen en gaasvliegen alsmede zoogdieren als relmuizen, muizen en vleermuizen veilige plekken om te overwinteren. Vandaar dat ze idealiter meteen na het broedseizoen einde augustus/september ontdaan dienen te worden van nestmateriaal, ontlasting en eventueel ongedierte. Normalerwijs is het genoeg om het oude nestmateriaal te verwijderen en het kastje grondig te vegen. Bij een sterke parasietenplaag kan het nestelhulpmiddel met water of zeepachtig water uitgespoeld worden. Chemische reinigingsmiddelen, ontsmettingsmiddelen of „insectensprays“ dienen echter vermeden te worden. Na het uitwassen moeten de nestkastjes goed drogen, voordat ze weer worden opgehangen. Voor het afhalen van de kastjes dient men er kort op te kloppen, om mogelijke bewoners vroegtijdig te waarschuwen. Tijdens het broedseizoen dient evenwel iedere verstoring en speciaal het openen van de nestkastjes, te worden vermeden!

Bron: IVH/BNA